Columns

De koeienkoningin

februari 2021

Bijen hebben hun bijenkoningin, leeuwen hebben De Leeuwenkoning en wij hebben Máxima. Maar wist u dat er óók een ‘koeienkoningin’ bestaat? Wie denkt dat de boer zoveel koeien heeft dat hij ze niet individueel herkent en wie denkt dat koeien blij mogen zijn als zij op z’n minst een númmer krijgen, staat nu iets te leren: er zijn Texelse koeien met een náám. Ik heb het niet over de clichénamen zoals Bertha 84, of Clara 55. Nee, een weldoordachte, voor die ene koe uitgekozen naam. Omdat die koe net een tikkie specialer is. Dus toen ik op een avond de telefoon opnam en de veehouder zei: “Abelientje is ziek”, wist ik dat het menens was.

Abelientje, een roodbonte goedige melkkoe van 9 jaar, is eervol vernoemd naar boerenzoon Abe. Stiekem mogen we aannemen dat Abelientje gewoon Abe’s koe is, punt uit. Vroeger, toen Abe twee turven hoog was, nam hij met Abelientje deel aan de koeienkeuring. Dat schept een band! Inmiddels is Abe bijna twee meter hoog en is de band met zijn koe gewoon meegegroeid!

Abelientje zat aan de grond. Niet financieel, maar letterlijk; ze kon niet meer staan. Zij had een typische melkkoeienziekte, die ‘melkziekte’ heet. Rondom afkalven komt de melkproductie in vliegende vaart op gang. Hoe ouder de melkkoe, hoe sneller dit gaat. Hierbij is onder andere gigantisch veel calcium in het uier nodig. Dit wordt uit het lichaam van de koe gehaald, die dat op haar beurt weer aanvult uit haar botten en voeding. Maar hoe ouder de melkkoe, hoe trager dit gaat. Als calcium sneller naar het uier verdwijnt, dan dat de koe aanvult, ontstaat soms een tijdelijk calciumtekort in het bloed. Gelukkig is dit met juiste voeding bijna altijd te voorkómen, maar soms gaat het toch mis. Omdat calcium onmisbaar is voor spier- en zenuwfunctie, zak je met grote calciumtekorten simpelweg door je hoeven. Bij heel grote tekorten kun je zelfs niet meer rechtop zitten en stopt je hartspier, die zonder calcium niet kan pompen. Snelle actie is dus levensreddend!

Abelientje’s ziekte maakte haar kwetsbaar en haar pech verdubbelde, toen zij er ook nog eens uierontsteking bovenop kreeg. De veehouder had Abelientje direct goed behandeld met calciuminfusen en medicijnen tegen uierontsteking, maar na anderhalve dag stond zij helaas nog steeds niet en onderzocht ik haar. Ze zat rechtop, maar had ondertemperatuur en een stilgevallen maagdarmkanaal. Ook at zij mondjesmaat, wiebelde zij al liggend veel met haar achterpoten en knarsetandde soms van pijn.

Het is van levensbelang dat een melkziekte-patiënt binnen enkele uren overeind komt. Hoe langer zij ligt, hoe slechter haar kansen. Niet alleen ligt uierontsteking op de loer: door te lang liggen wordt de bloedsomploop in haar ledematen namelijk afgekneld door honderden kilo’s lichaamsgewicht en sterven spieren af, wat zeer doet. Ik nam bloed af om onder andere haar calciumwaarde en spierschade te meten. Wat bleek: haar calciumniveau was goed, maar haar spierschade was aanzienlijk en dáárdoor kon Abelientje nu niet staan: ze had slaapvoeten gekregen!

De veehouder kreeg huiswerk: de reeds ingezette behandeling werd uitgebreid, en hij takelde haar 1x per dag overeind en gaf haar achterpoten een watermassage om de bloedomloop te stimuleren. Haar kansen waren fifty-fifty, maar veehouder en Abe hielden vol! We bespraken dagelijks Abelientje’s voortkruipende voortgang. Aanvankelijk kon zij hooguit 10 minuten per dag staan, maar de daaropvolgende dagen stond zij steeds langer. Na een intensieve week van 'tender loving care' kreeg ik een bericht van de veehouder, waar ik heel blij van werd, dat luidde: “De koningin van de veestapel is er weer!” 

Dierenarts Alexandra Bogerman

Zeg eens 'Aaa!'

december 2020

Ik schaam mij dood dit publiekelijk kenbaar te maken. Wellicht vindt u dit knullig gebrachte informatie, gevat in een knullige column, die mij knullig doet overkomen. Aan de andere kant: de ambitieuze nerd in mij is onstuitbaar en vastbesloten. Ik vind dit belangrijke informatie. Mijn bekentenis draagt misschien bij aan een verbeterd dierwelzijn voor uw paard. Het gaat om de combinatie van de volgende feiten:

1. Ik ben paardeneigenaresse – en niet sinds gisteren… nee, reeds sinds mijn achtste levensjaar.

2. Ik ben dierenarts – en niet sinds gisteren… nee, de nieuwigheid is er aardig af. Ik weet daarbij óók dat het vakgebied ‘paardentandheelkunde’ bestaat. Sterker nog, mijn collega David voert vakkundig én met grote regelmaat gebitsbehandelingen bij paarden uit. Met hypermoderne apparatuur. Van simpel tot complex, hij kan onbeschrijflijk veel!

3. Tot voor kort ik heb géén van de paarden die ik ooit bezat een gebitsbehandeling aangeboden. Tamelijk triest, weet ik sinds gisteren.

Het is niet ondenkbaar dat dit nu door uw hoofd schiet:

1. Hoezo triest? Paarden hoeven toch helemaal niet naar de tandarts?! Wat een deftige aanstellerij!

2. Mijn paard heeft nooit klachten, dus waar zou ie dan een tandarts voor nodig hebben?!

3. Als mijn paard klachten heeft, vijlt de paardentandarts hem even bij en issie weer als nieuw!

Mochten bij u (net als bij mij vroeger óók), deze gedachten door uw hoofd rondtollen, dan heb ik nieuws voor u: het klopt niet. Paardengebitten lijken in de verste verte niet op mensengebitten, zélfs niet als wij vinden dat iemand een ‘paardengebit’ heeft. Enkele voorbeelden. Paardentanden en -kiezen groeien maarliefst een half paardenleven door, waarbij hun individuele stand voortdurend wisselt. Dat heeft niet zelden een weergaloze impact op het afslijtpatroon. Bij tegenslag levert dit voor je paard vlijmscherpe glazuurpunten op die gemeen in wang of tong prikken, of puntige haken op de kiezen. Ook de tandenfee gaat bij een paard anders te werk dan bij mensen. Als een paard zijn melkgebit wisselt voor een volwassen gebit, blijven de melktandjes- en kiesjes aanvankelijk als een hoedje op de volwassen elementen zitten. Van deze zogenaamde ‘doppen’, hebben paarden soms flink last. Bovendien: paarden flossen niet. Brokjes, gras, hooi en kuil… het kan zich allemaal in spleetjes tussen de kiezen ophopen en daar gaan stinken als oeroude sok en tandvlees en kiezen pijnlijk aantasten. En niet onbelangrijk: alle bovenstaande geldt ook voor ezels! Maar klachten? Ho maar! Wist u dat uw paard makkelijk jarenlang aan een gebitsprobleem kan lijden, vóórdat uw als eigenaar überhaupt iets merkt als vermageren, diarree, moeite met eten of weerstand tijdens het berijden?

Jaar in, jaar uit… elke dag een zere mond… dat is wel degelijk triest. De allerenige manier om dit vóór te zijn is een jaarlijkse gebitscontrole en – behandeling onder roesje, door een dierenarts of kundige paardentandarts. Gisteren zijn ook collega Kim en ik onder professioneel toezicht gestart met het uitvoeren van paardengebitsbehandelingen. Als dierenartsen mogen wij als enige beroepsgroep een roesje en sterke pijnstilling aan uw paard geven, waardoor zij perfect stil blijven staan tijdens de behandeling, hun mond wijd open kunnen houden en geen stress of pijn ervaren. Met elektrisch aangedreven vijlen en raspen en een uitgebreid scala aan instrumenten kunnen wij uw paard veilig en snel behandelen.

Maar wat ik u bovenal wil meegeven is dit: wees niet net als ik vroeger. Wacht niet totdat uw paard klachten heeft. Paarden trekken niet zelf aan de bel, zij zeggen alleen ‘Aaa’ als ú ze daartoe dwingt. En áls u dat doet, staan wij graag klaar om de (verborgen) ongemakken van uw dier te ontdekken en verhelpen!

Dierenarts Alexandra Bogerman

Indy zet haar beste beentje voor!

januari 2021

Misschien frummelde u uw hond of kat een kerstmuts over zijn oren, voor een kekke kerstkaart? Of at u zich bomvol hertenbiefstuk en kerstkalkoen? Had u zo’n imposant rendier in de tuin, genaamd Rudolf, wiens LED-lampjes oplichtten in de duisternis? Had u soms een kerststalletje op het dressoir, met een os, ezeltje, wat schapen en drie kamelen? Een voltallige beestenboel schiet door mijn hoofd als ik terugdenk aan afgelopen feestmaand, maar als er één diersoort is die mij onherroepelijk in kerstsferen brengt, dan is dat… het konijn. Ik kan het ook niet helpen. ‘t Komt vast door Flappie.

En laat ik toevallig de eer en het genoegen hebben gehad een zeer STOER konijntje te mogen ontmoeten! Haar naam is Indy en hoewel haar verhaal gelukkig niet zo’n onfortuinlijke afloop kent als dat van konijnberoemdheid Flappie, is het zéker de moeite van het vertellen waard. Het is zelfs ‘kerstig’, met een beetje fantasie. 

Het was 9 december, 2020, ik weet het nog zo goed… Woensdagavond. De eigenaresse van Indy had na thuiskomst een alarmerende ontdekking gedaan: Indy – een kerngezond, lief compact konijntje van slechts anderhalve kilo en maarliefst 11,5 jaar oud! –  kon plotseling niet meer op haar linkerachterpootje staan. Ze zakte er dwars doorheen. Het leek verdacht veel op iets wat haar baasjes eerder meegemaakt hadden met haar. Het zou toch niet wéér…? En dat terwijl ze al zóveel had doorstaan, liet mevrouw doorschemeren.

Flashback. Benieuwd naar wat Indy in het verleden dan zoal voor haar kiezen had gekregen, nam ik haar patiëntenkaart door. Dat was niet niks! Al vóór haar tweede levensjaar was zij twee operatie-ervaringen rijker; een sterilisatie en blaassteenoperatie. Vele gezonde jaren volgden, waarna zij in 2016 als donderslag bij heldere hemel op onze behandeltafel belandde. Bij een ongelukkige missprong richting bankstel, was het bovenbeen van haar rechterachterpootje dwars doormidden gebroken. Bij konijnen kunnen botbreuken op die plaats niet gespalkt of gegipst worden. Operatief herstel met pinnen en plaatjes is kostbaar en niet altijd succesvol, omdat deze niet altijd stabiel blijven zitten vanwege de enorme spierkrachten in hun achterpootjes. Ook pootamputatie, wat bij andere diersoorten regelmatig betrouwbare uitkomst kan bieden bij botbreuken, is bij konijnen niet de voorkeursoptie. Feitelijk werd de therapie dus: rust en pijnbestrijding. Na wekenlang onafgebroken kooirust, pijnstillers en veel liefde en geduld, herstelde Indy wonderbaarlijk genoeg geleidelijk en geheel.

Opnieuw volgden gezonde jaren. Totdat Indy afgelopen zomer enorme buikpijn kreeg, amper at en bijna geen ontlasting meer maakte. Röntgenfoto’s toonden tekenen van verstopping van haar darmen, wat levensbedreigend kan zijn. Haar baasjes waren weken zoet met trouw dwangvoeren en medicijnen toedienen. Stukje bij beetje kroop Indy’s gezondheid vooruit, totdat zij óók deze darmverstopping roemrijk te boven kwam! 

Terug naar 9 december 2020. Waar ik eerder vooral veel schrikachtige konijnen had getroffen, was de omgang met Indy een welkome afwisseling. Ze was supermak en liet zich braaf onderzoeken. Haar achterpootje kraakte pijnlijk. Fotomodel Indy ging voor de zoveelste keer op een röntgenfoto en wat bleek: ze had precies dezelfde botbreuk als destijds, maar nu links. De verschrikkelijke pechvogel!

Indy maakt het nu vooralsnog goed. Wederom zonder gips, spalk, pin, plaat of ruige operaties. Als dierenarts wil je natuurlijk liefst iets dóén om een dier beter te maken. Niet afwachten, maar snel en actief een wezenlijk verschil kunnen maken. Waarom ik juist Indy’s verhaal zo inspirerend (ja, zelfs kerst-achtig) vind? Het laat glashelder zien dat soms weinig méér dan geloof, hoop en liefde nodig is, voor een prachtig resultaat!

Dierenarts Alexandra Bogerman

 

Komt een kip bij de dokter...

november 2020

Ik voelde mij kiplekker, maar had een snotneus. Druilerig weer, tikkeltje slaaptekort en een chronisch gebrek aan sinaasappels in mijn leven, leidden ertoe dat mijn lijf laatst besloot: ‘De hartelijke groeten, hier heb je een welverdiende verkoudheid!’ In deze onzekere tijden, zat er weinig anders op dan in thuisquarantaine te gaan, totdat een gunstige coronatestuitslag mij weer bevrijdde. Oók op mijn werk kwam ik de afgelopen weken veel snotneusjes tegen. Snipverkouden paarden, hoestende honden, niezende katten en benauwde koetjes en kalfjes met longontsteking passeerden de revue. Nét toen ik dacht al mijn lotgenoten uit het dierenrijk wel ontmoet te hebben, maakte ik kennis met een kuchende kip.

‘t Eerste wat mij opviel toen wij Preta uit haar reismandje haalden, was haar opvallende uiterlijk. Met haar pikzwarte snavel, pootjes, kam en lelletjes en een volledig zwart, glanzend verenpak met een diepgroene glimmende gloed, bleek deze patiënt één van de knapste kippetjes die ik ooit zag. En zij deed haar naam eer aan, want (zo leerde ik later van haar eigenaren) ‘Preta’ betekent ‘zwart’ in het Portugees! Maar genoeg over haar outfit, deze kip kwam tenslotte niet voor de show. Ze was flink ziek. Omdat dit de derde zieke kip in enkele maanden tijd was, waren haar eigenaren begrijpelijkerwijs extra bezorgd, temeer omdat de vorige twee hennen gestorven waren. Daarom waren zij er deze keer als de kippen bij om Preta te laten nakijken!

Sinds vandaag proestte de vierjarige Preta het uit. Zij schudde haar kop, at of dronk niet en kwam niet van haar plek om, zoals altijd, te scharrelen met de kippenkudde. Ook stonden haar veren opgezet, zodat zij de typische houding van een zieke vogel kreeg, het zogenaamde ‘bol zitten’. Ik onderzocht Preta uitvoerig. Ze was sloom, snotterde, had enige verhoging en een matig gevulde krop, wat betekende dat zij inderdaad slecht gegeten had. De slijmvliezen, die bij mens en dier altijd mooi roze en vochtig moeten zijn, waren bij Preta overwegend …tja, zwart. Haar hart en longen klonken goed, ze was niet benauwd, en zodoende leek van long- en luchtzakontsteking gelukkig nog geen sprake. Zij had last van een voorste luchtweginfectie. In haar veren kropen kleine luizen, veroorzakers van bloedarmoede. Dit zorgt voor verminderde weestand, waardoor een kip vatbaarder is voor het oplopen van andere ziekten, waaronder allerlei virussen en bacteriën die verkoudheid teweegbrengen. Haar baasjes waren al druk bezig de hardnekkige luizenplaag te onderdrukken! Nu moesten wij Preta’s snotneus nog bestrijden!

Wetenswaardig feitje: ik schreef haar ontstekingsremmers en antibiotica voor, wat oorspronkelijk gemaakt is voor lichtgewicht hondjes en katjes, want met haar 1,5 kilo had de tengere Preta een puppy- en kittengewicht. Waarom geen kippenmedicijn? De diergeneesmiddelen die speciaal voor kippen ontwikkeld worden, zijn overwegend bedoeld voor de pluimvee-industrie en bestaan daarom alleen in verpakkingen voor honderden tot duizenden kippen! Om uit zo’n duizend-doseringen-doosje uitsluitend Preta te behandelen, zou peperduur zijn! Een kippenmedicijn voor een indvididuele hobbykip, bestaat helaas nauwelijks. Tot slot kregen haar baasjes wat patévoer mee om te dwangvoeren wat, u raadt het al, doorgaans ook voor honden en katten bedoeld is (maar om hen nu regenwormen te laten vangen?!).

Preta verbleef een week in de bijkeuken, apart van de rest, zodat zij niemand kon aansteken. Eigenlijk een beetje in thuisquarantaine! Na een week informeerde ik hoe het ging. De therapie had gewerkt, Preta was weer helemaal de oude! Ze scharrelde weer lekker in de tuin met – schrik niet – haar twintigjarige (!) kippenvriendin ‘Oma’. Ik zeg: opdat Preta in goede gezondheid nét zo bejaard mag worden!

Dierenarts Alexandra Bogerman